Lenteleven

Stijn Streuvels' eersteling werd in maart 1899 gedrukt op 1600 exemplaren bij Victor De Lille, op beter papier en met een mooiere letter dan de vorige duimpjesuitgaven. Het boek werd enkel ingenaaid verkocht en er bestaan grijze, blauwe, groene en rode omslagen met melding nr 12 van de Duimpjesuitgave. Bij een beperkt deel van de grijze kaften werd per vergissing " dit is nummer 13 der Duimpjesuitgave " gedrukt.

Het boek kostte 2 frank. Een jaarabonnement op de duimpjesuitgaven daarentegen slechts 2,60 frank. Dit had tot gevolg dat, naast de zowat 250 bestaande abonnees, er zich 900 nieuwe abonnees aanmeldden die aldus wilden genieten van een goedkoop abonnement voor minimum 4 boeken per jaar.

De zowat 450 resterende exemplaren gingen deels naar de Nederlandse uitgever L.J. Veen (zo'n 380 stuks) en deels naar boekhandels (een zeventigtal).

In april 1899 verscheen de tweede druk van Lenteleven bij artiest/drukker Jules De Praetere te Gent op 100 exemplaren. Deze druk kostte 10 frank en was een luxe-uitgave op een handpers gedrukt met een perkamenten uitgeversband, in tegenstelling tot de machinale De Lille druk. Het had als eigenaardigheid ook dat sommige bladen aan elkaar gekleefd werden door een fout in de bladzetting.

In 1901 verscheen de derde druk ( een tweede De Praetere uitgave) op bestelling van L.J. Veen. De oplage bedroeg 150 handpersdrukken en was een goedkopere versie van zijn eerste druk (nu in linnen gebonden). Van deze 150 exemplaren werden er door L.J. Veen dan nog 25 doorverkocht aan de Nederlandsche Boekhandel, die er in 1903 een dure uitgave van maakte met een nieuwe perkamenten kaft met opdruk in goud. Ieder exemplaar had als titelplaat een portret van Streuvels (gedateerd 1902) en was door hem eigenhandig gesigneerd. De kostprijs was 12,5 frank….

De vierde druk verscheen eveneens bij L.J. Veen in 1902 met medewerking van Jules De Praetere (kaft en portret). Van toen af kwamen de grote oplages, waaronder als laatste en zestiende druk een anastatische herdruk van de derde druk (de tweede De Praetere). Dit gebeurde ter gelegenheid van het eeuwfeest van Veen Uitgevers in 1987.

*******************************************************

Lenteleven werd genoemd naar de samentrekking van Lente, de langste novelle uit de verhalenbundeling met als nummer 7 ,en Leven.

Streuvels was oorspronkelijk van plan, na het schrijven van zijn schets "Lente", een ganse cyclus te wijden aan de seizoenen. Lente zou met de nog te schrijven delen Zomer, Herfst en Winter, het eerste deel worden van Leven, een vier volumes tellende seizoencyclus .

Streuvels verkoos na Lenteleven zijn grotere werken aan de Hollandse uitgever Veen toe te vertrouwen, maar bleef Victor De Lille steunen door Scandinavische en Russische werken voor de duimpjesuitgaven te vertalen en gaf ook zijn fiat voor de uitgave van de "De Oogst" in boekvorm en voor een duimpjesbundel met Streuvelsverhalen. Hij werd een vriend van de familie en kwam graag en veel naar 't kasteeltje om in gezelschap van geestesgenoten te keuvelen.

Tuinvögele